Vincent van Gogh, Zelfportret met schildersezel, 1888
In dit zelfportret presenteerde Van Gogh zichzelf als schilder, met palet en penselen in de hand achter een doek op een schildersezel. Hij liet ermee zien dat hij een moderne kunstenaar was door een nieuwe schilderstijl te gebruiken, met felle, haast ongemengde kleuren.
Op het palet in Van Goghs hand zijn de complementaire kleurenparen rood/groen, geel/paars en blauw/oranje te zien; precies de kleuren die hij voor dit schilderij gebruikte. Hij zette de kleurenparen naast elkaar zodat ze elkaars werking versterkten, bijvoorbeeld het blauw van de kiel en het oranjerood van de baard.
Zelfportret als schilder was het laatste werk dat Van Gogh in Parijs maakte. De stad had hem geestelijk en lichamelijk uitgeput. Aan zijn zus Wil beschreef hij hoe hij zichzelf had afgebeeld: ‘rimpels in voorhoofd en om den mond, stijf houterig, een zeer rooden baard, vrij ongeredderd en triest’.