Vincent van Gogh, Boomgaard door cipressen omzoomd, 1888
Van Gogh zegt over kleurgebruik in dit doek het volgende. Een kort fragment, geschreven in Arles in het voorjaar van 1888: ‘Terwijl ik steeds direct op de plaats zelf werk, probeer ik in de tekening datgene te vatten wat essentieel is – dan de ruimten, begrensd door contouren, al of niet uitgedrukt maar in elk geval aangevoeld, ik vul ze met kleuren die eveneens vereenvoudigd zijn, in die zin dat alles wat bodem is zal deelhebben aan eenzelfde paarsachtige toon, dat de hemel een blauwe toonwaarde zal hebben, dat wat groen is ofwel blauwgroen ofwel geelgroen zal zijn, waarbij ik dus in dat geval met opzet de gele of blauwe waarden overdrijf‘.