Jacob van Ruisdael legde de spanning vast tussen de kracht van de natuur en de menselijke behoeften. Een glimp vanaf de oever van een beek temidden van dicht gebladerte, stromen turbulente wateren door een open sluis. Guur weer wordt gesuggereerd door de donkere wolken; aan weerszijden van de rivier groeien ongelijke, steile takken en uitgespreide bomen. Tegen de onheilspellende lucht lijken de gebouwen solide en stevig, en een eenzame mannelijke figuur met zijn hond staat in de schaduw van de natuurlijke omgeving. Het zonlicht breekt door de zwaar bewolkte lucht en vestigt zich op het centrale motief van de twee met rieten bedekte vakwerkhuizen. Toen hij begin twintig was, reisde Ruisdael vanuit zijn geboorteland Haarlem naar Duitsland. Tijdens zijn reizen raakte hij in de ban van watermolens en schilderde hij een reeks aanzichten waarin dit centraal stond. Dit schilderij is een van de zes bekende variaties op dit thema en het enige dat gedateerd is.
Bron: The J. Paul Getty Museum