Piet Mondriaan, Bloeiende appelboom
Langzamerhand werkte Mondriaan zijn al gebruikte vormprincipes verder uit. Je ziet hier aparte beeldelementen verschijnen die met het verloop van de echte boom niets meer te maken hebben. Tussen de uitstralende krans van takken zijn lijnen en vegen geschilderd waarmee de kunstenaar klaarblijkelijk niets natuurlijks meer wil aanduiden. Het is zijn bedoeling je blik, die de boom anders gestaag zou aftasten, door de compositie te sturen. Behalve beweging heeft de voorstelling zo ook een nieuw soort evenwicht gekregen. Want het gekronkel van de twijgen wordt door tegenkrommingen, zigzagjes en andersoortige verfhalen prachtig uitgebalanceerd. De lijnen en vegen van de ‘Grijze boom’ staan helemaal los van de waarneming en vormen een eigen beeldwerkelijkheid. Op het moment dat Mondriaan dit werk maakte, gaf het hem kennelijk geen voldoening meer alleen te stileren. In plaats daarvan bepaalde hij de structuur van de boom nu liever helemaal zelf. In 1912, een jaar later, ging hij nog een stap verder. Toen schilderde hij een ‘Bloeiende appelboom’ die zich nauwelijks meer laat herkennen.
Nog niet gevonden wat je zoekt? Keer hier terug naar onze hoofdpagina